Promotie/Defense Rasmus Steinkrauss, Groningen

Name: Rasmus Steinkrauss
Dissertation title: Frequency and Function in WH Question Acquisition –
A Usage-Based Case Study of German L1 Acquisition
Promotion date: 27.11.2009

Summary of the dissertation
English
My dissertation studies the early stages of first language acquisition. In particular, it studies the impact of the input, which is the language a child hears, on what a child says. Simply put, in usage-based linguistics is assumed that the more often a child hears something, the earlier and more often the child is going to say it. This applies
not only to single words but also to word combinations (‘constructions’) such as “where are…”. In my dissertation, I show that this is not always the case.

Using a very dense database of a boy learning German, I follow the boy’s early language development, especially the development of WH-questions, closely for one year (age 2-3) and show that not only input frequency, but also the function of linguistic constructions and the previous linguistic knowledge of the child play a role.
For example, even if a construction is very frequent in the input, the child might not use it because the construction does not serve any useful function for the child, because the child already knows a construction fulfilling the same function, or because the child does not know a more basic construction that the new construction
builds on. This shows that input frequency interacts with other factors in language acquisition.

Moreover, the dissertation shows that the acquisition of German differs from that of English because of the different composition of the input, and that the size of the corpus has a clear impact on the analysis of input frequency.

Dutch
Dit proefschrift beschouwt de invloed van de ‘input’, dus wat een kind hoort, op zijn/haar ontwikkeling van de moedertaal in de allereerste fasen van taalverwerving. Binnen de gebruiksgebaseerde (usage-based) linguïstiek wordt er over het algemeen van uitgegaan dat de input een sterke invloed uitoefent op wat een kind zelf leert te
zeggen. Simpel gezegd wordt aangenomen dat als een kind iets vaak hoort het kind dit zelf ook vaak en vroeg gebruikt. Dit geldt zowel voor enkele woorden als voor hele combinaties van woorden (‘constructies’) zoals ‘wat is dit voor…’.

Mijn proefschrift laat zien dat dit niet altijd het geval is. Met hulp van een bijzonder uitgebreid corpus wordt de vroege taalontwikkeling, specifiek de ontwikkeling van wvragen, van een Duits kind over de periode van een jaar (leeftijd 2-3) nauwlettend gevolgd. Er wordt aangetoond dat niet alleen de inputfrequentie, maar ook de functie
van constructies en de eerdere kennis van het kind invloed heeft op wat hij zegt. Zo gebruikt het kind bijvoorbeeld sommige constructies niet, hoewel zij frequent in de input voorkomen. Dit komt doordat zij voor hem geen nuttige functie vervullen, hij al een andere constructie met dezelfde functie gebruikt of doordat hij een andere, meer
basale constructie nog niet kent. Dit laat zien dat inputfrequentie met andere factoren samenwerkt.

Daarnaast toont het proefschrift aan dat de taalontwikkeling in het Duits door de andere compositie van de input anders verloopt dan in het Engels en dat de grootte van het gebruikte corpus van invloed is op de resultaten.

About benecla

Belgian Netherlands Cognitive Linguistics Association
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s